Voor 2e eeuw v.Chr.

De sjamanistische Bön religie gebruikte de elementen astrologie al maar er is weinig bekend over het precieze gebruik. Bekend waren de vijf elementen Hout, Vuur, Aarde, IJzer en water alsmede de fasen van de Maan en de Zon. Het voorspellen en waarzeggen was sjamanistisch met zwarte en witte magie, exorcisme, dier offers en menselijk bloed offers.

2e eeuw v.Chr – 4e eeuw n.Chr.

Gedurende de regering van Tibet’s eerste koning Nyatri Tsenpo zijn twaalf belangrijke Bön leringen met gedetailleerde categorieën en sub- categorieën waaronder astrologie en medicijnen uitgewerkt.
Bön astrologen verbonden de vijf elementen aan Srog ( levenskracht ), Lus ( lichamelijke gezondheid ), Wangthang ( kracht ) en Lungtha ( geluk). De negen magische Mewa’s werden gebruikt en het systeem van de twaalf dierjaren werd geïntroduceerd. Vanuit China kwam het gebruik van de acht Parkha trigrammen ( I Ching ).

4e eeuw n.Chr.

De eerste Boeddhistische leringen en geschriften kwamen naar Tibet en waardoor ook de astrologie en astronomie vooruitgang boekte.


Bron: Taina Kumpulainen